Maatregelen nemen is noodzakelijk
Roofs 4-2003
stond geheel in het teken van het symposium ‘Instorten of inspecteren’, dat
Stichting Dakpromotie op 8 april j.l. organiseerde in het FiGi-theater in Zeist.
Het symposium werd gehouden naar aanleiding van de publicatie van het rapport
van VROM-inspectie ‘Instortingen van lichte platte daken’. Zowel uit het
rapport als uit het symposium blijkt dat het risico van instorting ten gevolge
van wateraccumulatie groter is dan voorheen onderkend. De conclusie van de
studiemiddag was helder: de branche kan het zich niet permitteren de zaken op
hun beloop te laten.

Eigenlijk, zo werd gesteld, was de titel van het symposium misleidend. Met dakinspecties voorkom je geen instortingen, het is slechts de eerste indicatieve stap: het daadwerkelijk voorkomen gebeurt door een goede samenwerking van constructeur, dakdekker en installateur. Een constructie moet berekend zijn op een toelaatbare hoeveelheid water, waarbij rekening moet worden gehouden met het fenomeen wateraccumulatie. Is er bij de berekening geen rekening gehouden met wateraccumulatie, dan kan die fout, door één of een combinatie van factoren, zich manifesteren, met instorting als resultaat. Factoren zijn: verstopte afvoeren, te weinig afschot, te weinig of verkeerd geplaatste noodafvoeren, etc. De heer Simon
Wijte van Adviesbureau Hageman vertelde van een geval, waarbij de instorting van een dak werd veroor-zaakt door een kapot gereden brandweerkraan die op een parkeerdek stond. Daarbij spoot er zo veel water op het dak van een autogarage, dat het dak als gevolg van wateraccumulatie instortte.
Wie is verantwoordelijk ?
De constructeur is verantwoordelijk voor een deugdelijke constructie, en daarmee de opdrachtgever, in wiens opdracht de constructeur werkt. Het feit dat gemeenten bij het verlenen van een bouwvergunning toe moeten zien op een goede constructieberekening was voor VROM aanleiding aan de bel te trekken. De heer Kool van VROM-inspectie gaf aan dat gemeenten naar aanleiding van het onderzoek gevraagd zijn de risicodaken te onderzoeken op instortingsgevaar. In het algemeen werd gebouweigenaren aangeraden het dak te (laten) controleren op de kans op wateraccumulatie. Dat geldt voor constructies die voor 1992 gebouwd zijn (de invoering van het Bouwbesluit), maar ook platte daken die na die tijd zijn gebouwd, dienen aan een dergelijk onderzoek te worden onderworpen..
De
materiële schade als gevolg van een dakinstorting is vrijwel zonder
uitzondering enorm – om nog maar te zwijgen van het gevaar op ernstig
lichamelijk letsel. De heer Wijte illustreerde met zijn voorbeeld van
de brandkraan de schade aan de auto’s die in de onderliggende showroom stonden. En het kan nog ernstiger: bij instorting van daken van bedrijfspanden (het merendeel van de gevallen) zit de schade dikwijls niet alleen in de inventaris en de goederen. Het productieproces komt langere tijd stil te liggen, wat meestal een veel grotere schadepost inhoudt dan de materiële schade, die het bedrijf lijdt.
De opmerking van
de heer van de Koolwijk van Vastned Management B.V dat gevolgschade niet te
verzekeren is, deed de aanwezige opdrachtgevers hoorbaar huiveren. Van de
Koolwijk zette een en ander uiteen naar aanleiding van de instorting van een van
hun daken. De directe schade viel wel mee, maar over de gevolgschade wordt
inmiddels door juristen gesteggeld. Dit was ook de reden dat hij niet tot in
detail op zijn case in kon gaan, maar, zo hield hij de zaal voor, bij de
controle bleek 85% van de daken op het punt van wateraccumulatie niet
toerei-kend; daar is in versneld tempo in voorzien.
De heer Armand Doggen, directeur van het Adviescentrum Aanbestedingen B&U (ACA B&U), drukte de aanwezigen op het hart er bij de bouw van een gebouw goed op te letten wie welke verantwoordelijkheid draagt. ‘Een volledig contract is geen kwestie van wantrouwen – het tegendeel is eerder waar.’ Het is in juridisch opzicht geen geringe opgave om na de instorting van een dak de verantwoordelijkheid te bepalen. Meerdere partijen werken aan het dak en hebben uit hoofde van hun veronderstelde vakmanschap een meldingsplicht. Dat maakt mogelijk medeplichtig, wanneer niet aangetoond kan worden dat zij melding hebben gedaan van incorrecte zaken waar zij van moeten weten. Zowel een installateur als een dakdekker moet een opdrachtgever wijzen op de noodzaak van noodoverlopen bij lichte daken. Een simpele fax volstaat al, maar een gefaxte brief met nazending is het best. In Roofs 4-2003 vindt u een handzame checklist om juridische onduidelijkheden zoveel mogelijk te vermijden.
Hemelwaterafvoer
Een gebrek in de
constructie komt aan het licht als de waterafvoer niet optimaal is en
wateraccumulatie op kan treden. Hoe zit het dan met de wateraanvoer
en
hoe met de reguliere waterafvoer? De laatste jaren valt er steeds meer neerslag
in een steeds kortere tijd. De hoeveelheid en de intensiteit van de neerslag die
de instorting van het IKEA-gebouw in Amsterdam (augustus 2002) tot gevolg had,
kwam slechts zeer zelden voor. Dit soort hoeveelheden zal echter in de toekomst
naar verwachting steeds meer vallen - en op die intensiteiten is het
rioleringssysteem niet berekend, zo vertelde de heer Will Scheffer van
Uneto-VNI.
In die gevallen wordt rekening gehouden met het overlopen van ontlastputten en dergelijke, echter, ook die zijn niet in alle gevallen voorzien, waardoor het water op het dak niet weg kan. Met de toenemende intensiteit van regen neemt het risico op instorten van constructies die niet berekend zijn op wateraccumulatie toe. Noodoverlopen zijn bedacht om in die situatie te voorzien; maar dan moeten die er wel zitten, en op de goede plaats. De afmetingen, de plaats en dergelijke moet door een constructeur zijn vastgesteld.
Wat te doen?
Is de constructie in staat het voorgeschreven belastingsgeval van regenwater in alle gevallen te dragen? Alleen een constructeur kan uitsluitsel geven. De waterstand op een dak dient altijd kleiner te zijn dan het wateropvoerend vermogen. Mocht dit niet het geval zijn, dan moet actie worden ondernomen. Welke actie ondernomen moet(en) worden is tevens uitsluitend door de constructeur te bepalen. Wateraccumulatie vindt voornamelijk plaats op platte daken met een groot oppervlak. Grote oppervlakten zijn door middel van afschot onder te verdelen, waardoor voorkomen kan worden dat het water zich op één plek concentreert.
Het is in alle gevallen van groot belang om te zorgen voor een goed afschot en deugdelijke hemelwaterafvoeren en noodafvoeren (die meerdere malen per jaar gecontroleerd dienen te worden op verstoppingen).
De
rol van de dakdekker is een signalerende: hij heeft de plicht onregelmatigheden
en slordigheden te melden. Gezien de omvang van het probleem (naar schatting
100.000 daken met een grootte van 500 m2 en meer) dienen lichte
platte daken op grote schaal gecontroleerd te worden. Een dergelijk oppervlakte
dak is onmogelijk door constructeurs te controleren.
De heren Nic Jan Bruins van DGI/T-Joint en Amarinus Schouten van Schouten Engineering stelden dat het gezien de omvang een zaak is voor de gehele branche. De branche kan zich niet veroorloven te wachten tot er zich een calamiteit voordoet met werkelijk rampzalige gevolgen. Bruins zette uiteen hoe dakdekkers de daken die een verhoogd risico lopen als eerste kunnen selecteren, waarna een tweede selectie kan plaatsvinden. Dit maakt het voor de opdrachtgever mogelijk om de daken die het meeste risico lopen als eerste door te laten rekenen. Dat scheelt tijd, mankracht en kosten. In alle gevallen kunnen door een dakdekker bij de eerste inspectie gelijk de afvoeren worden schoongemaakt en wordt die genoemde oorzaak direct aangepakt.
Het rapport van
VROM-inspectie werd eind maart aan demissionair minister Kamp van VROM
aangeboden. Het is de bedoeling, dat het niet blijft bij het signaleren van de
problemen alleen, maar dat deze ook werkelijk aangepakt zullen worden. Stichting
Dakpromotie organiseerde het symposium om de problematiek voor alle betrokken
partijen inzichtelijk te maken. Nu is het van belang zo snel mogelijk de nodige
maatregelen te nemen.